Nieuws

Ervaringen en lessen uit Stroomversnelling Koopwoningen

05 juli 2016

Stroomversnelling Koopwoningen is opgestart met als doel om Nu op de Meter-aanbod voor particulieren mogelijk te maken. Op 29 september 2014 sloten bouwers, gemeenten, vraagvertegenwoordigers, banken en maatschappelijke partijen een deal. Het doel was om met elkaar Nul op de Meter-aanbod te ontwikkelen, vraag te creëren en condities te realiseren om dat mogelijk te maken. De praktijk bleek weerbarstig.

De ervaringen en lessen uit anderhalf jaar Stroomversnelling Koop zijn nu verschenen in een publicatie. Felix van Gemen en Marianne Neven van Platform31|Energiesprong hebben samen met Monique Ooms ervaringen en geleerde lessen uit het programma opgetekend. Met het delen van deze ervaringen willen zij bijdragen aan het leggen van een inhoudelijke basis voor verdere verduurzaming van de particuliere woningvoorraad, mede richting geven aan een vervolg en inspiratie bieden voor nieuwe innovatieprogramma’s.

De publicatie: STROOMVERSNELLING KOOPWONINGEN Wat zijn onze ervaringen en wat kunnen we daarvan leren?

Weerbarstig

De ambitie was om per 1 januari 2016 NOM-aanbod in de schappen te hebben liggen voor jaren ’50 – ’80-woningen waarbij het product kan worden afgenomen op basis van woonlastenneutraliteit. Dit dit moest bereikt worden door honderd pilots te realiseren waaruit alle partijen – van wet- en regelgever, banken en gemeenten tot aan aanbieders en bouwers – de nodige lessen zouden kunnen leren. Het beoogde eindresultaat was een aantrekkelijk aanbod voor de particulier: een NOM-product dat hypothecair financierbaar is.

De praktijk bleek weerbarstig; er zijn slechts drie pilots gerealiseerd, terwijl meer dan vijfduizend mensen interesse hebben getoond en zich meer dan duizend mensen hebben aangemeld. Daarmee is het belang van pilots eens te meer duidelijk geworden. In 2014 dachten alle stakeholders de ambities te kunnen realiseren, vervolgens werden zij geconfronteerd met een reality-check. Een transitie van ongeïnformeerd optimisme naar collectief realisme.

Verwachtingen per fase

Een eerste oproep voor een informatiebijeenkomst over Nul op de Meter bracht een grote groep woningeigenaren op de been. Na diverse procesrondes (inschrijven pilot, checkt geschiktheid, match met bouwer) bleek dat er maar een kleine groep huizenbezitters en bouwers over zou blijven die daadwerkelijk tot de realisatie van de pilot kon komen. Verschillende factoren spelen een rol. Zo is de woning niet in alle gevallen geschikt voor een NOM-renovatie, zien woningeigenaren bij nader inzien toch allerlei bezwaren en twijfels, en lukt het niet in alle gevallen om een goede match te vinden tussen bouwer en woningeigenaar. Meedoen aan een NOM-renovatiepilot vraagt van alle partijen een gedegen motivatie. Anders dan bij een kant en klaar product, valt er in deze pioniersfase nog veel te overwinnen en te ontdekken. Alleen de echt gemotiveerden zijn bereid om deze tegenslagen te incasseren en door te gaan.

Veel geleerd

Een wijkgerichte benadering van woningeigenaren blijkt het beste te werken. Ook is het belangrijk om omwonenden vanaf het begin mee te nemen in het proces, zodat er een gemeenschappelijk vertrekpunt wordt gecreëerd en er begrip en draagvlak ontstaat. Verder valt er door het hele proces heen veel te winnen met goed verwachtingsmanagement, met name richting woningeigenaren; dat voorkomt teleurstellingen en een negatieve beeldvorming rond Nul op de Meter. Duidelijk is ook geworden dat alle partijen die betrokken zijn bij Nul op de Meter nog hulp, begeleiding en advies nodig hebben om tot een goed resultaat te komen. Zo zijn banken en taxateurs niet altijd volledig op de hoogte van relevante wet- en regelgeving, hebben gemeenten en welstandscommissies vaak nog tekst en uitleg nodig over wat Nul op de Meter inhoudt, hebben bouwers vaak moeite om op een goede manier te communiceren met woningeigenaren, en kunnen woningeigenaren op hun beurt niet altijd overzien dat NOM hen meer te bieden heeft dan enkel een duurzame woning.

Kwantitatief en kwalitatief

Uiteindelijk heeft de deal geleid tot de vijftien pilots, waarvan drie gerealiseerd, en twaalf in uitvoering. Kwantitatief is dat veel minder dan in de ambities vastgelegd. Kwalitatief heeft het proces veel opgeleverd. Per fase hebben is een schat aan ervaringen opgebouwd die kan helpen te komen tot een (ver)beter(d)e aanpak voor de Nul op de Meter- renovaties van Koopwoningen. Bovendien hebben de verwachtingen een realistischer karakter gekregen. Dat helpt bij het maken van vervolgplannen; deze zullen beter zijn afgestemd op de weerbarstige praktijk.