Nieuws

Startsein Gedragscode natuurinclusief renoveren gegeven door minister Schouten

08 januari 2018
Minister Carola Schouten  (Landbouw, Natuur en Voesdelkwaliteit) en Leen van Dijke (Stroomversnelling)

Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voesdelkwaliteit) heeft vandaag tijdens een bijeenkomst van Stroomversnelling het startsein gegeven voor de Gedragscode natuurinclusief bouwen. Woningen die een nul-op-de-meter-renovatie ondergaan volgens het NOM Keur, worden standaard voorzien van nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen. Doel is dat deze beschermde soorten daardoor makkelijker een nestplek vinden. De komende vijf jaar worden de resultaten nauwkeurig gemonitord.

Aantal nestplaatsen gaat omhoog

Het aantal beschikbare nestplekken gaat de komende jaren stijgen, doordat elke woning na een nul-op-de-meter-renovatie nestplaatsen voor beschermde soorten biedt. Het belang hiervan is groot. In deze kabinetsperiode wordt toegewerkt naar renovatie van 50.000 bestaande woningen per jaar, daarna moeten het er jaarlijks 200.000 worden. Doel is dat alle 7 miljoen woningen in Nederland in 2050 energieneutraal zijn.

Tom Jongen, directeur renovatieconcepten bij BAM Wonen, is een van de initiatiefnemers die aan de gedragscode hebben gewerkt: “We hebben samen met de natuurbeschermingsorganisaties om tafel gezeten om de Gedragscode natuurinclusief bouwen te ontwikkelen. Het was goed om naar elkaar te luisteren. We hebben namelijk allemaal hetzelfde doel: Nederland duurzamer maken en de biodiversiteit waarborgen.”

Voor Jip Louwe Kooijmans, programmacoördinator bij Vogelbescherming Nederland, was de samenwerking ook een bijzondere ervaring: “Bouwers en natuurbeschermingsorganisaties zijn niet elkaars natuurlijke partner. Maar in dit geval was van beide kanten expertise nodig om de aanpak die in de code wordt beschreven, tot een succes te maken.”

Natuur-inclusief renoveren wordt standaard

Een groot deel van de bestaande woningen ondergaat de komende tijd een NOM-renovatie of krijgt in ieder geval isolatie aan de buitenkant, waardoor soorten zoals de gierzwaluw, huismus en vleermuizen hun habitat kwijtraken. Woningen worden namelijk zo goed geïsoleerd dat er geen ruimtes voor nestplaatsen overblijven. De gedragscode maakt natuurinclusief renoveren en bouwen tot standaard.

Martin van de Reep van de Gierzwaluwbescherming: “Dankzij de gedragscode wordt er voortaan proactief op de aanwezigheid van beschermde soorten ingespeeld. Nu krijgen vogels of vleermuizen nogal eens de schuld van vertraging in het bouwproces, terwijl er vooraf gewoon onvoldoende ecologisch onderzoek is gedaan en nestplaatsen over het hoofd worden gezien. Als bestaande nestplekken verdwijnen, komen er lang niet altijd voldoende voor terug.”

De nieuwe, natuurinclusieve werkwijze is de afgelopen jaren al in een aantal NOM-projecten uitgeprobeerd, dankzij een experimentele ontheffing van de Wet natuurbescherming. De geleerde lessen zijn in de gedragscode verwerkt. De initiatiefnemers verwachten dat code gaandeweg de norm wordt voor de hele bouwpraktijk.

Bouwproces verloopt transparant en voorspelbaar

Stroomversnelling, bouwers en natuurbeschermingsorganisaties hebben de gedragscode in nauwe samenwerking ontwikkeld, met ondersteuning van het ministerie van LNV. Deelnemende partijen zijn onder meer BAM, Vogelbescherming Nederland en Gierzwaluwbescherming Nederland. Het resultaat bestaat uit gedetailleerde afspraken over de werkwijze, zoals maatvoering en plaatsing van nestkasten. Ook wordt rekening gehouden met mogelijk bijzondere situaties, bijvoorbeeld als een zeldzame beschermde soort worden aangetroffen. Er zijn robuuste afspraken gemaakt over hoe in die situatie wordt gehandeld. Doordat het bouwproces volledig transparant en voorspelbaar verloopt, worden vertraging bij de verduurzaming van woningen en onnodige hinder voor bewoners voorkomen.

Continue verbetering dankzij monitoring

In de gedragscode zijn ook afspraken gemaakt over onafhankelijke monitoring. Alle betrokken partijen vinden het van cruciaal belang om de komende jaren kennis op te doen over de situatie van beschermde soorten en het totale effect van de maatregelen voor soorten in Nederland. Het lerende kennisplatform Natuurinclusief Renoveren speelt hierbij een belangrijke rol. Het platform, waarin relevante natuurorganisaties, bouwers en andere stakeholders vertegenwoordigd zijn, zal de praktijkervaringen en monitoringresultaten benutten om lessen te trekken. Op basis daarvan wordt de aanpak steeds verbeterd en de gedragscode aangescherpt.

Wieke Tas, MT-lid Natuur en biodiversiteit van het ministerie van LNV, vindt dat het mooie van de gedragscode: “Het is een lerende code. De code wordt de komende vijf jaar bijgesteld als de monitoringresultaten en de opgedane ervaringen daar aanleiding voor geven. We gaan dus zien of het werkt.”


Waarom een gedragscode?

De Wet natuurbescherming die 1 januari 2017 is ingegaan, biedt de mogelijkheid om een gedragscode op te stellen en daarmee een vrijstelling te krijgen voor het aanvragen van een ontheffing op grond van deze wet. Een bouwer heeft die ontheffing nodig om te kunnen bouwen op een plek waar beschermde soorten voorkomen. Bij te renoveren woningen is dat vaak het geval.

Stroomversnelling heeft die mogelijkheid aangegrepen en is samen met de natuurbeschermingsorganisaties om tafel gegaan om een gedragscode op te stellen. Vervolgens is die code bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ingediend. In de gedragscode zijn onder meer maatregelen opgenomen om bij een NOM-renovatie de situatie van beschermde soorten te verbeteren, waardoor aan de eisen van de wet wordt voldaan.

In de periode van ter inzage ligging hebben verschillende natuurbeschermingsorganisaties op de code gereageerd. Op basis van die reacties is de tekst aangepast, vervolgens vastgesteld en door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Carola Schouten, goedgekeurd.


Wieke Tas, MT-lid Natuur en Biodiversiteit, ministerie LNV

‘Een lerende code kan steeds worden bijgesteld’

“In de periode van overleg tussen bouwers en natuurbeschermingsorganisaties hebben wij als ministerie een faciliterende rol gespeeld. Waar nodig hebben we kennis ingebracht. Op cruciale momenten hebben we partijen gestimuleerd om met elkaar het gesprek te blijven voeren. Er kunnen meningsverschillen zijn, maar uiteindelijk wil iedereen dat er een situatie ontstaat die beter is voor de natuur.

Het is nu aan de bouwers om te laten zien dat zij echt met de gedragscode aan de slag gaan. Als deze aanpak een succes wordt voor de gierzwaluw, de huismus en de vleermuizen, is dat het beste bewijs dat de gedragscode het juiste middel is. Het mooie van de gedragscode is dat het een lerende code is. De code wordt de komende vijf jaar bijgesteld als de monitoringresultaten en de opgedane ervaringen daar aanleiding voor geven. We gaan dus zien of het werkt.”

_________

Jip Louwe Kooijmans, programmacoördinator Vogelbescherming Nederland

‘De beste manier om gelijk te krijgen, is bewijzen dat het werkt’

“Vogelbescherming is er voorstander van dat er bij nieuwbouw en renovatie standaard rekening wordt gehouden met gebouw bewonende soorten. Dat is fijn voor de soorten zelf, maar voor de bouwers is het ook beter, want dan weet je dat altijd voldoet aan de eisen van de wet. De Gedragscode natuurinclusief bouwen is een goede manier om deze werkwijze vorm te geven.

De samenwerking tussen bouwers en natuurbeschermingsorganisaties is heel goed gegaan. Dat is bijzonder, want we zijn niet elkaars natuurlijke partner. Maar in dit geval was van beide kanten expertise nodig om de aanpak die in de code wordt beschreven, tot een succes te maken.

Niet alle natuurbeschermingsorganisaties staan hierbij te juichen. Het punt is dat je de bestaande nestplaatsen in een woning moet afsluiten. Dat is zo. Maar wij vinden het winst dat bij alle renovaties straks rekening wordt gehouden met beschermde soorten en dat de situatie voor die soorten na de renovatie beter is dan ervoor. Voor vogels is de kennis en ervaring beschikbaar om dit op een goede manier te doen. En natuurlijk blijft altijd de zorgplicht gelden. Je mag bestaande nesten niet verstoren. Als blijkt dat er huismussen in een woning zitten te broeden, dan moet je wachten met de renovatie tot het broedseizoen voorbij is.

De afspraken over monitoring zijn voor ons essentieel. Als je iets nieuws gaat doen, is het belangrijk om te bewijzen dat het werkt. Succes helpt ook altijd erg om gelijk te krijgen. En als het niet goed werkt, moet de aanpak worden bijgesteld. Er zijn altijd mensen die bij vernieuwingen op de rem trappen. Vogelbescherming wil de situatie niet houden zoals die is, wij willen de situatie voor vogels en vleermuizen verbeteren. Daarom steunen wij de gedragscode.”

_______

Tom Jongen, directeur Renovatie Concepten, BAM Wonen

‘Een NOM-woning faciliteert meer biodiversiteit’

“We zijn in Nederland volop bezig om huurwoningen te verduurzamen. Ook bij het kabinet heeft dat grote prioriteit. Vanzelfsprekend moeten we daarbij aan wet- en regelgeving voldoen, al kosten vergunningprocedures veel tijd. Neem de flora- en faunawetgeving: als je het vergunningenproces niet goed organiseert, kan het bouwproces zomaar anderhalf jaar vertraging oplopen.

Dat bracht ons op het idee om ervoor te zorgen dat we bij NOM-renovaties bij voorbaat aan alle eisen van de wet voldoen. We nemen standaard nestkasten op in het ontwerp, of er in bestaande woningen nu wel of geen vleermuizen, gierzwaluwen of huismussen nestelen. Daarmee overtreffen we de wet; we zorgen zelfs  voor overcompensatie. Dit maakt uitgebreid ecologisch vooronderzoek overbodig en voorkomt vertraging van het renovatieproces.

We hebben samen met de natuurbeschermingsorganisaties om tafel gezeten om de Gedragscode natuurinclusief bouwen  te ontwikkelen. Het was goed om naar elkaar te luisteren. We hebben namelijk allemaal hetzelfde doel: Nederland duurzamer maken en de biodiversiteit waarborgen. Daardoor waren we het al vrij snel eens over de principes en de hoofdlijnen van de gedragscode. De laatste puntjes op de i hebben de meeste tijd gekost. Dat ging met name over monitoring. Daar zijn nu goede afspraken over gemaakt.

Ik heb er alle vertrouwen in dat deze aanpak succesvol zal zijn. De nestkasten die we voor de vogels gebruiken, zijn traditionele nestkasten. De vleermuizenkasten zijn nieuw. We plaatsen die goed geïsoleerd in de gevel, zodat de temperatuur vrij constant blijft. Hierdoor kunnen vleermuizen de kasten als zomer- maar ook als winterverblijfplaats gebruiken. We zijn heel benieuwd of ze dat echt gaan doen.

Ik verwacht dat veel bouwers de gedragscode gaan  overnemen. Hiermee krijg je namelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming. Als je het niet op deze manier doet, moet je veel extra werk doen.”

___________

 Martin van de Reep, Gierzwaluwbescherming

‘De kansen voor gebouw bewonende soorten worden beter’

“Voor nestkasten voor gierzwaluwen gelden andere eisen dan voor nestkasten voor huismussen. De invliegopening, de afmetingen en de materiaalkeuze van de kasten is van cruciaal belang. Het beste is om nestkasten te integreren in de gevel, zodat ze voor de levensduur van het pand veilig zijn gesteld en nooit in de weg gaan zitten. Dat zijn punten die voor mij zeer belangrijk zijn en die ik in het overleg over de gedragscode heb ingebracht.

Dankzij de gedragscode wordt er voortaan proactief op de aanwezigheid van beschermde soorten ingespeeld. Nu krijgen vogels of vleermuizen nogal eens de schuld van vertraging in het bouwproces, terwijl er vooraf gewoon onvoldoende ecologisch onderzoek is gedaan. Ook zien we nu vaak dat inventarisaties niet goed genoeg worden uitgevoerd en dat nestplaatsen over het hoofd worden gezien. Als bestaande broedplaatsen verdwijnen, komen er lang niet altijd voldoende voor terug.

De kansen voor gebouw bewonende soorten worden beter. Bij NOM-renovaties komen er juist meer broedplaatsen terug. Dat is winst voor de beschermde soorten, maar bijvoorbeeld ook voor andere soorten zoals de koolmees, de pimpelmees en vlinders, want die kunnen de nieuwe nestplaatsen ook gebruiken.

Voor het behoud van de stadsvogels is ‘natuurinclusief bouwen’ een must. We moeten nest- en verblijfplaatsen in gebouwen en woningen integreren en ook de habitat rond woningen verbeteren, bijvoorbeeld door een streekgebonden aanplant.

Het is essentieel dat de gedragscode de komende jaren goed wordt gemonitord. Voor gierzwaluwen zal het even duren voor het effect duidelijk is. Gierzwaluwen zijn heel erg honkvast en hebben dus tijd nodig om een nieuwe nestplek te vinden. Maar als een paar van hen de nieuwe nestkasten gevonden hebben, dan komt zo’n kolonie vaak op die plek terug.”