Warmtenetten

Waarom dit thema?

In Nederland zijn zo’n 300.000 woningen aangesloten op stadsverwarming. Dat is zo’n 5 procent van de hele woningvoorraad. Het gaat hierbij vooral om stedelijke hoogbouwcomplexen. Al veroorzaakt de warmte in deze netten minder CO2-uitstoot dan een aardgasketel, duurzaam is stadsverwarming niet. Stroomversnelling wil ook deze woningen betrekken bij de duurzaamheidsopgave voor de gebouwde omgeving. Maar dit vergt andere oplossingen.

Nul op de Meter-renovaties hebben zich in eerste instantie vooral toegespitst op een volledig elektrische energievoorziening. Daarbij wekt een woning op jaarbasis in principe net zoveel energie op als een doorsnee huishouden gebruikt, met name dankzij verregaande isolatie, waarbij de resterende energie wordt opgewekt door zonnepanelen. Aangezien het bij hoogbouw vooralsnog niet mogelijk is om (alleen) met zonnepanelen in de energiebehoefte te voorzien, kan een combinatie met een warmtenet een oplossing zijn. Mits zo’n warmtenet duurzame warmte levert en de totale woonlasten voor de bewoners niet toenemen.

Stroomversnelling onderzoekt de kansen voor Nul op de Meter-woningen op duurzame warmtenetten. Ook voor woningbouw die op dit moment niet is aangesloten op een warmtenet, maar wel bij een warmtenet in de buurt ligt of waar een warmtenet kan worden gerealiseerd.

Elke technische oplossing waarmee het doel bereikt kan worden, is bij Stroomversnelling welkom. Zolang er maar wordt voldaan aan belangrijke voorwaarden op het vlak van besparing, duurzame opwek, betaalbaarheid en comfort. Daarom is de oplossing van een NOM-renovatie met aansluiting op een duurzaam warmtenet een van de opties die worden onderzocht.

 

Wat wil Stroomversnelling bereiken?

Stroomversnelling onderzoekt in samenwerking met verhuurders, woningeigenaren/ VvE’s, warmtebedrijven en overheden of het mogelijk is om NOM-renovaties uit te voeren met een aansluiting op een warmtenet. De doelen voor NOM-renovaties in combinatie met warmtenetten zijn dezelfde als voor de standaard NOM-renovaties. Aan de ene kant wordt de vraag naar warmte fors verlaagd door de woning beter te isoleren, aan de andere kant wordt de geleverde warmte 100 procent duurzaam opgewekt.

In een aantal theoretische pilots worden bestaande gebouwen met een renovatieopgave doorgerekend op techniek, kosten en duurzaamheid. Het gaat hierbij om verschillende typen gebouwen, verschillende eigenaren en verschillende warmtebedrijven om tot zo robuust mogelijke conclusies te komen en aanbevelingen te kunnen doen voor toekomstige NOM-renovatieprojecten waarbij warmtenetten een rol (kunnen) spelen.

Een woningcorporatie koopt als gebouweigenaar bij de warmteleverancier een duurzame warmtebundel in voor het hele gebouw. De bewoners nemen elk een bepaalde hoeveelheid van die warmte af, en betalen de corporatie daarvoor een energieprestatievergoeding (EPV). De EPV is deels bestemd als vergoeding voor het warmtegebruik en deels voor de kosten van de verduurzaming (isolatie en duurzame opwek voor huishoudelijk gebruik). Gebruikt een bewoner precies zoveel warmte als hij met de corporatie heeft afgesproken en via de EPV betaalt, dan staat zijn rekening op nul. Gebruikt hij meer warmte dan in de bundel zit, dan betaalt hij bij. Gebruikt hij minder warmte, dan krijgt hij geld terug.

 

Waar werkt Stroomversnelling nu aan?

De vraag is of met een renovatie in combinatie met een warmtenet dezelfde resultaten kunnen worden bereikt als met all-electric oplossingen. Dit betekent dat deze oplossing zowel voor bewoners, als corporaties/ woningeigenaren en de warmtebedrijven winst oplevert. Als uit de pilots blijkt dat de resultaten voor alle betrokkenen positief zijn, dan staat het licht op groen, maar moet wel eerst de regelgeving worden aangepast. Daar gaat Stroomversnelling zich dan actief voor inspannen.

De huidige regelgeving is namelijk een belemmering. Ten eerste: woningcorporaties mogen een huurder alleen een energieprestatievergoeding (EPV) vragen als er lokale warmteopwekking plaatsvindt. Bij een warmtenet vindt die opwekking op centraal niveau plaats. Een tweede probleem is dat bij een NOM-renovatieproject met een warmtenet de duurzame warmte voor een langere periode wordt afgekocht, waardoor er voor de bewoner ‘Nul op de Rekening’ staat. Het is echter de vraag of de Warmtewet toestaat dat binnen een warmtenet verschillende tarieven worden toegepast. Om de regelgeving te kunnen aanpassen, vraagt de overheid om concrete voorbeelden waaruit blijkt dat projecten in de praktijk hierop stuklopen.

De eerste voorbeeldprojecten zijn bijna afgerond en geven een voorzichtig positief beeld van de haalbaarheid van een NOM-renovatie met een warmtenet. Om een robuust beeld te krijgen, moeten de resultaten van de andere pilots echter worden afgewacht. Deze resultaten worden in de herfst van 2016 verwacht. Op basis daarvan kunnen de eisen worden vastgesteld voor de warmtebronnen die in aanmerking komen voor NOM-projecten en zal Stroomversnelling een lobbytraject starten om de regelgeving aangepast te krijgen.

 

Meer informatie

Heeft u een specifieke vraag of wilt een gesprek over NOM-renovaties met gebruik van warmtenetten, neem dan contact op met Stroomversnelling-specialist Jeroen Roos: jeroen.roos@infinitus.nl