Nieuws

Waarom de EPV alleen voor NOM woningen geldt

20 juni 2016

Energie die je bespaart hoef je niet op te wekken

Woningcorporaties mogen vanaf dit najaar een energieprestatievergoeding vragen voor woningen die een Nul op de Meter renovatie hebben ondergaan. Het wetsvoorstel voor de EPV is half mei aangenomen in de Eerste Kamer. Voor Stroomversnelling reden tot een feestje, want de business case van NOM renovaties wordt hiermee sluitend gemaakt. De critici kunnen zich maar beter aansluiten. Er is geen beter alternatief.

Stroomversnelling ontwikkelt Nul op de Meter concepten waarbij woningen eerst verregaand worden geïsoleerd en de warmtebehoefte fors omlaag gaat. De resterende warmtevraag wordt vervolgens duurzaam opgewekt, met bijvoorbeeld zonnepanelen en een warmtepomp. Er zijn partijen, zoals Urgenda-voorzitter Marjan Minnesma, die verregaande isolatie niet zo nodig vinden. Zij investeren liever in meer energie-opwek en -opslag. Ze vinden het zelfs ‘oneerlijk’ dat de energieprestatievergoeding (EPV) alleen is toegestaan als een woning zwaar wordt geïsoleerd en vervolgens duurzame energie opwekt voor de resterende energiebehoefte. Stroomversnelling vindt die kritiek onterecht. Voor heel veel woningen die in de naoorlogse periode zijn gebouwd, is een NOM renovatie de beste optie.

Goede isolatie verhoogt het wooncomfort

Goede isolatie verhoogt het wooncomfort van de bewoner. Isolatie gaat condensvorming (vocht), tocht, huisstofmijt en schimmels op koude oppervlaktes tegen. Bij nieuwbouw is dat inmiddels vanzelfsprekend. De wetgeving voor de EPV sluit aan bij de lijn die is ingezet met het bouwbesluit, waarbij renovaties moeten voldoen aan nieuwbouwkwaliteit. De EPV-eis is dus niet meer dan een uitwerking van vigerend beleid. Woningen een nieuwe, duurzame toekomst geven, vereist een andere benadering van renoveren dan we gewend waren. Het gaat niet alleen om de energetische aspecten, maar ook om comfort en om de kwaliteit van het binnenmilieu.

Het elektriciteitsnet heeft grenzen

Ook in maatschappelijk opzicht is isoleren van groot belang. Een woning die niet meer is aangesloten op het gasnetwerk heeft zonder verregaande isolatie  veel elektriciteit voor ruimteverwarming nodig. Het huidige energiegebruik in de gebouwde omgeving omvat al 40 procent van de totale energievraag. Een complicerende factor is dat  het gebruik ook nog pieken kent. Als bij het begin van de dag of aan het eind van de werkdag alle infraroodpanelen en warmtepompen in woningen ongeveer tegelijk aanspringen, is het risico groot dat de stroom uitvalt wegens overbelasting van het net.

Zouden alle gerenoveerde woningen van gas naar elektriciteit worden omgezet, dan vraagt dat een gigantische investering in het elektriciteitssysteem, zowel qua back-up als netwerk. Die kosten zijn onmaatschappelijk hoog. De enige manier waarop de transitie haalbaar is, is de energievraag omlaag brengen en de resterende warmte vervolgens duurzaam opwekken.

EPV leidt tot de goedkoopste oplossingen

De invoering van de EPV daagt de markt uit om een (woon)product te ontwikkelen dat aan hoge bouwkundige eisen voldoet en daarmee een kwalitatief betere woning oplevert met meer comfort, terwijl de woonlasten (huur plus EPV) voor die bewoner gelijk blijven. Want de EPV komt in plaats van de maandelijkse energierekening. Beter wonen voor dezelfde prijs, daar worden bewoners blij van.

De EPV dwingt partijen om te blijven zoeken naar de goedkoopst mogelijke oplossing; dat laatste is dringend nodig om een zo groot mogelijke groep bewoners te interesseren en handelingsperspectief te bieden. Op die manier wordt comfortabel wonen mogelijk voor meer mensen, die daarmee ook  bijdragen aan de energietransitie waar Nederland voor staat. De goedkoopste oplossing wil overigens niet zeggen: de laagste productprijs. Voor Stroomversnelling gaat het om de laagste prijs berekend over de hele levensuur van een product: de Total Cost of Ownership (TCO).

De energietransitie vereist grote schaal

De energietransitie kan alleen slagen als corporaties bereid zijn op grote schaal te investeren in de verduurzaming van hun verouderde woningen en daar kansen in zien. De EPV maakt het voor corporaties mogelijk om woningen die daar geschikt voor zijn weer veertig tot vijftig jaar te exploiteren. Als woningen opnieuw 40 tot 50 jaar mee moeten gaan, kán de focus niet alleen op energie gericht zijn. De esthetische waarde van de woning (verbetering van gebouwarchitectuur) en de ruimtelijke kwaliteit (lokale identiteit, herkenbaarheid en aantrekkelijk woonklimaat) zijn dan minstens zo belangrijk. Na een NOM renovatie zijn woningen beter dan ze ooit geweest zijn; ze overtreffen zichzelf.

Opschaalbaarheid en industrialisatie zijn cruciaal om het doel van het in 2013 gesloten Energieakkoord te kunnen behalen: in 2050 moet de hele bebouwde omgeving energieneutraal zijn. Dat gaat om 4,5 miljoen huur- en koopwoningen, laagbouw en hoogbouw, rijtjeswoningen en vrijstaande huizen. Met alleen het vervangen en/of aanpassen van installaties en individuele woningen bereiken we nooit de vereiste schaal.

Wij gaan tempo maken

Voor Stroomversnelling staat het als een paal boven water: de invoering van de EPV is een doorbraak, ook vanwege de keuzes die in de wet worden gemaakt. De EPV richt zich op de (meetbare) prestaties van de woning en het woongenot van de bewoner, onafhankelijk van de gekozen techniek en het bewonersgedrag. Het is aan woningcorporaties en marktpartijen om de mogelijkheden nu aan te grijpen.