All-electric wijken: het kan, als we slimmer samenwerken
Netcongestie zet de verduurzaming van bestaande woningen en wijken onder druk, en stilvallen is geen optie. Tijdens een bijeenkomst van Stroomversnelling in Zoetermeer gingen gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen met elkaar in gesprek over de vraag die steeds urgenter wordt: hoe houden we de warmtetransitie op gang nu het elektriciteitsnet steeds voller raakt? All-electric oplossingen kunnen vaak beter worden ingepast dan vooraf wordt gedacht. Daarvoor is wel een andere manier van werken nodig: meer sturen op praktijkdata, actievere samenwerking tussen netbeheerders, gemeenten en woningcorporaties en niet alleen op woningniveau kijken, maar naar de wijk of buurt als geheel.
Meer mogelijk dan we denken
Yvonne Neef, directeur van Stroomversnelling, presenteerde het rapport Netbewust Renoveren en Elektrificeren. Daarin is met praktijkdata gekeken naar de werkelijke netimpact van all-electric woningen. De conclusie: de netimpact is lager dan veel standaardberekeningen laten zien, zeker wanneer je slimme maatregelen toepast. “Op het moment dat je slimme maatregelen toepast, belast je het net minder en kan er dus meer,” vatte Neef samen. Denk aan beter isoleren, het slim aansturen van installaties en het voorkomen dat alle installaties op hetzelfde moment pieken. Vooral dat laatste is belangrijk, omdat daarmee de zogenoemde ‘gelijktijdigheid’ wordt verminderd. Dat betekent niet dat alles overal vanzelf kan. Op momenten dat de grenzen dreigen te worden bereikt, zijn soms afspraken nodig over tijdelijk bijsturen of begrenzen. Maar volgens Neef moeten we oppassen dat netcongestie niet te snel een stopbord wordt. “We moeten pragmatisch aan de slag en tegelijk werken aan kaders die passen bij het nieuwe energiesysteem.”
Breda kiest voor de wijk als vertrekpunt
Breda wil in 2044 klimaatneutraal zijn en onderzoekt per wijk welke warmteoplossing logisch is. Een warmtenet is daarbij niet overal vanzelfsprekend. Wethouder Peter Bakker vertelde dat Breda na een warmtestudie scherper is gaan kijken naar all-electric als route voor een groot deel van de stad. “Wij hebben geen keuze. We moeten die all-electric oplossing gewoon pakken in de stad,” zei Bakker. Daarbij benadrukte hij dat grootschaligheid belangrijk is om tempo te maken en om bewoners, corporaties, marktpartijen en netbeheerders in dezelfde beweging mee te krijgen. Bakker wees op de driehoek van overheid, markt en techniek. Daarbinnen moet de samenwerking worden georganiseerd. “Als iedereen naar elkaar blijft kijken, gebeurt er niets. De vraag is: wie pakt de regie?” Die regie betekent volgens Breda niet dat één partij alles bepaalt. Het gaat er vooral om dat partijen elkaar eerder opzoeken, aannames delen en samen bepalen wat uitvoerbaar is. Zeker bij netcapaciteit helpt het om op tijd met de netbeheerder in gesprek te gaan en samen te kijken waar ruimte zit.
Bodemenergie als schaalbare oplossing
Peter-Paul Smoor, energie-ontwikkelaar en eigenaar van Nuna Energy, bracht een praktisch perspectief in vanuit de markt. Hij liet zien hoe kleinschalige collectieve bodemenergie een kansrijke route kan zijn voor bestaande bouw. In dat model krijgt iedere woning een eigen warmtepomp, maar deelt een groep woningen de bodemlussen. Dat kan bijvoorbeeld op straat- of blokniveau. Volgens Smoor is dat interessant omdat bodemenergie op koude dagen efficiënter presteert dan een lucht-waterwarmtepomp en daardoor minder piekbelasting veroorzaakt. “Ik ben al langere tijd op zoek naar een marktoplossing die schaalbaar, betaalbaar en netbewust is,” zei Smoor. Kleinschalige bodemenergie kan daar volgens hem een antwoord op zijn. De techniek blijft overzichtelijk, de oplossing is beter faseerbaar dan een groot warmtenet en bewoners krijgen er mogelijk ook koeling bij. Voor woningcorporaties zit de waarde vooral in de totale kosten over de levensduur. Niet alleen de investering telt, maar ook beheer, onderhoud, monitoring en vervanging. Als die goed worden georganiseerd, kan de oplossing financieel aantrekkelijker zijn voor zowel corporatie als bewoner.
De versnelling zit in de afspraken
Tijdens de bijeenkomst kwam naar voren dat netbewust renoveren pas werkt als partijen verder kijken dan de installatie in de woning. De echte winst ontstaat op wijk- of buurtniveau, waar techniek, netcapaciteit, planning en bewonersbelang samenkomen. Corporaties kennen de woningen en bewoners. Marktpartijen ontwikkelen oplossingen. Netbeheerders weten waar de grenzen van het systeem liggen. Wanneer die kennis te laat bij elkaar komt, worden plannen kwetsbaar. Wanneer partijen vanaf het begin samen ontwerpen, ontstaat er ruimte. Praktijkdata helpt daarbij om het gesprek feitelijk te maken. Niet redeneren vanuit gemiddelden of ‘worst cases’, maar kijken wat woningen en wijken werkelijk vragen, wanneer pieken ontstaan en welke sturing mogelijk is.
Netcongestie blijft een serieuze uitdaging. Netcapaciteit kent altijd grenzen en niet elk concept past overal. Deze bijeenkomst liet vooral zien dat er handelingsperspectief is. Met slimme sturing, goede isolatie, passende bronnen en duidelijke afspraken zijn all-electric wijken haalbaar en vormen ze een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie. De échte vraag is vooral of partijen bereid zijn om vooruit te stappen om collectieve all-electric oplossingen mogelijk te maken. Dáár begint de versnelling. Denk je de volgende keer ook mee?