Achter de meter blijkt meer mogelijk dan gedacht
Tijdens de praktijksessie Achter de meter op 21 mei in de Social Impact Factory in Utrecht stond één vraag centraal: hoe kunnen woningen tóch worden verduurzaamd nu netcongestie steeds vaker een rem zet op elektrificatie? Gemeenten, woningcorporaties, installateurs en marktpartijen kwamen samen om praktijkervaringen te delen. De boodschap was opvallend eensgezind: binnen de bestaande aansluiting kan vaak meer dan gedacht.
Waar jarenlang het uitgangspunt was dat elektrificatie automatisch om een zwaardere aansluiting vraagt, lieten de praktijkcases van deze middag juist zien dat slimme ontwerpen, realistische dimensionering en (collectieve) sturing nieuwe ruimte creëren. Niet door netuitbreiding, wat ook nodig is, maar door slimmer gebruik te maken van de capaciteit die er al is.
Netcongestie vraagt om een nieuwe manier van denken
In zijn inhoudelijke opening schetste Marten Witkamp, namens Stroomversnelling de urgentie en de kansen. Vanaf 1 juli krijgen ook kleinverbruikers in gebieden met netcongestie te maken met wachtlijsten voor nieuwe of zwaardere aansluitingen. Tegelijkertijd worden in delen van Nederland tijdelijke aansluitstops voorbereid. De klassieke reflex, bij elektrificatie overstappen naar driefase, is daarmee niet langer houdbaar en blijkt ook niet nodig. Volgens Witkamp is het dan ook van belang om te onderzoeken ‘wat kan er achter de meter, ofwel, een 1 fase aansluiting?’.
Daarbij blijkt de praktijk vaak gunstiger dan theoretische modellen voorspellen. Uit analyses die Stroomversnelling heeft gemaakt voor het rapport Netbewust Renoveren en Elektrificeren blijkt dat woningen in goed ontworpen projecten maar zeer beperkt boven hun theoretische piekvermogen uitkomen. Piekbelasting blijkt bovendien vaak kortdurend en beheersbaar en nog verder te beperken wanneer er collectief wordt gestuurd.
Van theorie naar werkende praktijk
Dat dit geen theoretisch verhaal is, werd zichtbaar in de praktijkcases. KnopOm presenteerde de case van Parteon met de aanpak Opgewekt Wonen, waarmee corporatiewoningen all-electric worden gemaakt zonder netverzwaring of vergroting van de aansluiting én tegen fors lagere kosten. Door uit te gaan van werkelijke warmtevraag in plaats van theoretische rekenmodellen, en door het bestaande afgiftesysteem zoveel mogelijk te behouden, daalden de kosten van gemiddeld €28.000 naar €13.600 per woning (na subsidie). Dat betekent een kostenreductie van ongeveer 50 procent. Een belangrijk inzicht daarbij is dat woningen in de praktijk vaak veel minder warmte gebruiken dan waar standaardmodellen vanuit gaan.
“Vrijwel niemand verwarmt zijn slaapkamer tot 21 graden,” klonk het tijdens de sessie. Juist door naar werkelijk gedrag te kijken, ontstaat ruimte om installaties kleiner, slimmer en goedkoper uit te voeren. Ook Trecodome liet zien hoe elektrificatie binnen bestaande aansluitingen mogelijk is. In een renovatieproject in Roosendaal worden 110 woningen geëlektrificeerd zonder de aansluiting te verzwaren. Slimme sturing via de P1-poort zorgt ervoor dat de warmtepomp tijdelijk terugschakelt tijdens kookpieken. Daarmee blijft de belasting binnen de grenzen van de bestaande aansluiting, zonder in te leveren op comfort.
Collectieve sturing als volgende stap
Naast individuele oplossingen kwam ook collectieve flexibiliteit nadrukkelijk aan bod. Resourcefully presenteerde het FlexCitizen-project in de Amsterdamse wijk Sporenburg, waar huishoudens en VvE’s lokaal opgewekte stroom delen en hun verbruik slim afstemmen op duurzame opwek én beschikbare netcapaciteit. Via een app, slimme aansturing en thuisbatterijen worden bewoners actief aangespoord tot netbewust gedrag. De resultaten zijn veelbelovend. Door slimmer te laden, verbruik te spreiden en lokaal opgewekte energie beter te benutten, wist het project de piekbelasting op buurtniveau aanzienlijk te verlagen.
Overigens heeft dit project eveneens inzicht in de belasting van het net, omdat de transformatorhuisjes in het gebied bemeten zijn. Dat geeft inzicht in welke capaciteit op welk moment beschikbaar is. Binnen die grenzen wordt dan gestuurd. Tijdens de thematafels werd die lijn verder doorgetrokken. De conclusie aan meerdere tafels was dat technisch inmiddels bijna alles kan. De echte uitdaging zit vooral in governance, wet- en regelgeving, samenwerking en financiering.
Nieuwe rol voor gemeenten en corporaties
Voor gemeenten betekent dit een nieuwe verantwoordelijkheid. Actief sturen op warmteprogramma’s waarin all-electric een plek heeft, een perspectief vormen op wat er kan, en samenwerking met netbeheerders. In gemeenten als Breda, Nijmegen en Veenendaal ontstaan inmiddels wijkgerichte aanpakken waarin elektrificatie het uitgangspunt vormt. Ook woningcorporaties zoeken nadrukkelijk naar all-electric oplossingen. Daarbij klinkt een duidelijke oproep ruimte achter de meter zo goed mogelijk te benutten en met netbeheerders in gesprek te gaan over de werkelijke impact van all-electric oplossingen in plaats van te kijken naar theoretische maxima.
Die rol reikt bovendien verder dan warmte alleen. Een logische vervolgstap is om het warmteprogramma te verbreden tot een breder energieprogramma, waarin naast all-electric verduurzaming ook het lokaal benutten van duurzame opwek en de verduurzaming van mobiliteit een plek krijgen. Juist door die opgaven in samenhang te bekijken, komt ook de beschikbare ruimte op het lokale en regionale net nadrukkelijker in beeld. En net zoals bij warmtenetten steeds meer gemeenten warmtebedrijven oprichten die de uitvoering van de warmtetransitie ter hand nemen, zullen ook voor all-electric uitvoeringsorganisaties nodig zijn: partijen die bewoners ondersteunen met technisch en financieel advies en waar nodig met bouwbegeleiding. Door daarnaast energiegemeenschappen te stimuleren, krijgen bewoners niet alleen ondersteuning, maar ook een actieve rol in de verduurzaming van hun eigen wijk.
Van uitzondering naar nieuwe standaard
Wat deze praktijksessie vooral heeft blootgelegd, is dat de energietransitie niet alleen draait om méér netcapaciteit en maar juist om slimmer gebruik van beschikbare netcapaciteit. Achter de meter en een één fase aansluiting blijkt vaak meer mogelijk dan gedacht, mits techniek, beleid en praktijkervaring samenkomen. Aan het eind van de middag ontstond er een concrete gezamenlijke ambitie: succesvolle praktijkvoorbeelden sneller zichtbaar maken, kennis beter delen en gezamenlijk optrekken richting overheid, netbeheerders en marktpartijen. Want de oplossingen zijn er al. Nu is het zaak om ze op te schalen.
Volgende keer meepraten? Kom naar onze impactsessie in september. Bekijk de volledige agenda.