Nieuwbouw ondanks netcongestie: van wachten naar samen ontwerpen
Hoe versnellen we nieuwbouw en projectontwikkeling nu het stroomnet vol raakt? Met die vraag brachten wij op 24 september bouwers, ontwikkelaars, gemeenten en netbeheerders samen in De Groene Afslag in Bussum. De aanleiding kwam van onze leden. Stroomversnelling werkt al jaren aan oplossingen voor netcongestie in de bestaande bouw, maar sinds het voorjaar kregen we steeds vaker de vraag wat netcongestie betekent voor nieuwbouw. Klaas Vegter, programmamanager bij Stroomversnelling en dagvoorzitter, zag in de gesprekken die volgden zorgen en vragen, maar ook partijen die kansen zien en oplossingen hebben. Het doel van de middag: die partijen verbinden, kennis delen en samen werken aan een ontwikkelagenda. Die ontwikkelagenda leggen we op tafel bij Netbeheer Nederland en het Rijk.
Van aansluitdenken naar capaciteitsdenken
Lucienne Krosse van Alliander schetste hoe netcongestie de ambitie van 100.000 woningen per jaar raakt. Door het nieuwe prioriteringskader mogen netbeheerders geen capaciteit meer reserveren voor woningbouw, wat ze tot voor kort wel deden. Enexis meldde al dat het 86.000 woningen niet kan inpassen, terwijl die er binnen drie jaar kunnen staan als de netcapaciteit er is. Bij Alliander ziet het beeld er op korte termijn gunstiger uit, maar op langere termijn verwacht Lucienne vergelijkbare problemen. Het net verzwaren gebeurt volop, maar dat duurt lang en kost veel. Daarom moet het net ook beter benut worden en moeten we anders omgaan met aanvragen voor aansluit- en transportcapaciteit: niet het maximum aanvragen, maar kijken wat je echt nodig hebt. In de pilot Rijnpark in Arnhem krijgt de hele wijk vooraf een vast capaciteitsplafond, het buurtbudget. Woningen, bedrijven en voorzieningen moeten daar samen binnen passen, met 1,1 kW piekvermogen per woning als uitgangspunt. Die pilot bouwt voort op de lessen uit Merwede in Utrecht en moet uitgroeien tot een standaardaanpak.
De echte uitdaging zit op systeemniveau: wie is waarvoor verantwoordelijk en wie stapt in als het misgaat? Daar schuurt ook de wetgeving. Netbeheerders werken met de Energiewet, nieuwbouw valt onder de Omgevingswet en die twee sluiten niet op elkaar aan. Deze moeten dichter bij elkaar worden gebracht. Een ander belangrijk inzicht dat Lucienne deelt is dat netbewustheid op wijkniveau veel meer ruimte geeft dan op gebouwniveau. In gesprek met directeur Yvonne Neef benadrukte Lucienne dat de belangrijkste keuzes dan ook al vallen bij de stedenbouwkundige planning van een gebied. Daar begint de samenwerking tussen gemeente, netbeheerder en ontwikkelaar. Lucienne’s boodschap: meer netbewust bouwen, minder pieken per woning en gebied en eerder samen kiezen. Van losse functies naar een totaalontwikkeling.
Routeverkenning bij Amsterdamse gebiedsontwikkelingen
Laura Dignum en Coen van der Pol van Krachtwerk, werkzaam voor de gemeente Amsterdam, namen ons mee in twee Amsterdamse gebiedsontwikkelingen. In het Holterbergdistrict in Zuidoost komen in 25 jaar zo’n 8.000 woningen en 240.000 vierkante meter bedrijvigheid. Het gebied is nu vooral een bedrijventerrein. De bedrijven maken plaats voor woningen en krijgen elders in het gebied ruimte terug. De woningen krijgen volgens het nieuwe prioriteringskader van de ACM prioriteit, maar het nieuwe bedrijfspand waar bedrijven naartoe moeten, krijgt dat niet. Vanuit het netbeheerperspectief klopt dit wellicht, maar voor de ontwikkelaar bestaat er geen project als het nieuwe bedrijfsgebouw niet ook wordt gerealiseerd. De gemeente verkent daarom vier routes: prioriteit aanvragen op het onderstation, toepassing van het KOVA-beleid, overhevelen gecontracteerde transportcapaciteit van het ene punt naar het andere punt en een zelfvoorzienend systeem. Een tweede casus die aan de orde kwam is het Schinkelkwartier. In het Schinkelkwartier in Nieuw-West, dat verandert van werkgebied naar complete stadswijk, is wel capaciteit beschikbaar, maar vaak op de verkeerde plek. Samenvattend ziet Laura het buurtbudget als kansrijke richting, net als het vroeg afstemmen van functies op de beschikbare netcapaciteit.
Van regels optellen naar natuurkundig ontwerpen
Op De Vliegbasis bij Soesterberg ontwikkelt BV Hart van de Heuvelrug zo’n 550 woningen in de natuur. Projectleider Reinier de Graauw koos bewust voor partnerselectie in plaats van aanbesteden op laagste prijs. Bewoners parkeren in gedeelde hubs en beheren samen groen en energie. Chiel Boonstra van Trecodome werkt aan de ambitie om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn qua energie. Zijn advies: begin bij de natuurkunde en toets daarna aan de regels.
Van aannames naar meetdata
Marten Witkamp en Simon Verduijn lieten zien wat monitoringsdata uit de Energietransitie Dataset zeggen over werkelijk gebruik en netimpact. Volledig elektrische woningen die niet op netbelasting zijn geoptimaliseerd, komen uit op zo’n 1,6 kW gelijktijdige piek per woning van 100 vierkante meter, exclusief het laden van auto’s. Bij een andere dataset van identieke woningen met dezelfde installaties is het warmteverlies tot een factor vijf hoger dan bij de eerstgenoemde groep woningen. Dit laat zien dat een rekenmodel dat gemiddeld klopt, niet direct iets zegt over wat er feitelijk op woningniveau gebeurt. Een belangrijke boodschap is dan ook dat rekenmodellen altijd getoetst moeten worden aan de praktijk.
Tevens laten Simon en Marten zien dat in een voorbeeldwijk van 1.000 woningen de spitsbelasting 55 procent lager is wanneer woningen netvriendelijk worden verduurzaamd. Netvriendelijk bouwen loont dus.Van theorie naar praktijk in de wijk.
Tijdelijk eigen net met centrale batterij en slimme sturing
René ter Veer van Stichting Oranje Advies liet zien wat er vandaag al kan. In Zaandam kreeg de woningcorporatie te horen dat de netaansluiting van 45 nieuwe woningen minstens een jaar later zou komen dan gepland. Oranje Advies heeft voor dit project achter een bouwaansluiting een tijdelijk eigen net, met een centrale batterij en slimme sturing gerealiseerd.
Dit project liet zien dat we de verbruikspiek met 70 procent kunnen afvlakken en dat een woning toe kan met een gelijktijdigheid van 1.100 watt. Door bewoners te betrekken, uit te leggen hoe het systeem werkt en ze bewust te maken van de impact van hun gebruik, is het verbruik van bewoners 20 procent minder geweest dan berekend, zonder comfortverlies.
Min of meer hetzelfde concept wordt toegepast aan de Piet Heinstraat in Tilburg, waar 47 woningen worden gerealiseerd waarvoor de netbeheerder de komende twaalf jaar geen ruimte had. De oplossing: één gezamenlijke aansluiting met een beperkend contract van 1.500 watt per woning, beheerd via een energiecoöperatie. Centrale sturing schakelt bij een piek tijdelijk de boilers uit, zodat bewoners verder hun gang kunnen gaan.
Van gesprek naar ontwikkelagenda
In de middag gingen de deelnemers aan drie thematafels in gesprek. Aan de tafel over netbewust bouwen ging het over de norm voor piekbelasting die vanaf 2028 in het Bbl moet komen. De deelnemers zien de meerwaarde, maar wijzen op een spanning: de norm geldt per woning, terwijl de piek op wijkniveau ontstaat. Wie meer doet dan de norm, wil daar ook ruimte voor terugkrijgen, bijvoorbeeld via een buurtbudget. Aan de tafel over ontwerpen en organiseren, gaven woningcorporaties aan dat ze willen weten wat een energiegemeenschap voor hun huurders kan betekenen en hoe zij binnen dit model grip houden op de woonlasten. Ook de roep om een groepscontract voor kleinverbruikers en kwaliteitseisen aan energiemanagementsystemen kwamen terug. Aan de tafel over het verkrijgen van een aansluiting bleek hoe verschillend gemeenten het aanvraagproces inrichten. Deelnemers vragen om een eenduidige rol voor gemeenten, beter inzicht in de beschikbare netcapaciteit en voorrang voor plannen die netbewust zijn ontworpen.
Die uitkomsten bundelen wij in een conceptversie van de ontwikkelagenda. Deelnemers ontvangen die om feedback te geven. De definitieve versie leggen we daarna voor aan de partijen die ermee verder kunnen, zoals Netbeheer Nederland en het Rijk, waar mogelijk in samenwerking met TKI Urban Energy. Zo schrijven de deelnemers zelf mee aan de volgende stap, waarin netuitbreiding en netbewust bouwen elkaar versterken.