Zoeken

Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Stroomversnelling op linkedinStroomversnelling op twitterStroomversnelling op youtubeStroomversnelling op flickr

Schaalvergroting vraagt om duurzame gedragscode Natuurinclusief Renoveren

Minister Schouten gaat natuurinclusief renoveren tot norm verheffen, zo liet zij de Tweede Kamer weten. Zij noemt de Gedragscode Natuurinclusief Renoveren die gekoppeld is aan NOM Keur hierbij als voorbeeld. Als iets duidelijk is geworden bij de ervaringen met NOM Keur is het wel dat monitoring een vitaal onderdeel is van de gedragscode. Op dit moment is echter onduidelijk hoe het Rijk hiervoor verantwoordelijkheid neemt: het ontbreekt aan een deugdelijke borging van de financiering. Zonder adequate monitoring is opschaling van de gedragscode kansloos, waarschuwt Stroomversnelling-voorzitter Leen van Dijke.

Bij NOM Keur-projecten wordt de Gedragscode Natuurinclusief Renoveren toegepast. NOM-aanbieders die met de gedragscode werken, nemen standaard maatregelen op in hun concepten om beschermde diersoorten zoveel mogelijk huisvesting te bieden na renovatie. De werkwijze uit de gedragscode is gebaseerd op overcompensatie. Dit betekent dat er – onafhankelijk van aanwezigheid van beschermde soorten – nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn opgenomen in de NOM renovaties. Door er vanuit te gaan dat gebouwbewonende soorten altijd aanwezig kunnen zijn in de te renoveren woningen, en deze nest- en verblijfplaatsen standaard te compenseren, kan het ecologisch vooronderzoek tot een quick scan beperkt blijven. De procedure rondom flora en fauna wordt daardoor eenvoudiger, sneller, voorspelbaarder en significant goedkoper.

Minister wil natuurinclusief bouwen en renoveren algemeen gangbaar maken

Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), die twee jaar geleden het startsein voor de gedragscode gaf, onderstreepte onlangs nog eens het belang van natuurinclusief renoveren en bouwen. Ze wil dit ‘algemeen gangbaar’ maken, zo schreef ze in een brief aan de Tweede Kamer. “Het mag niet zo zijn dat bouwontwikkelingen ten koste gaan van de natuur, deze zouden de natuur juist moeten versterken. Daarbij moeten we niet alleen kijken naar nieuwbouw. De bestaande gebouwenvoorraad is van groot belang als verblijfs- en nestelmogelijkheid van verschillende beschermde soorten, dus het is bij renovatie en het isoleren van bestaande gebouwen van belang dat voldoende aandacht wordt gegeven aan het behoud en de versterking van de habitats van die soorten”, aldus Schouten.

De energietransitie vereist een voorspelbaar en beheersbaar proces

De minister noemt in haar brief de Gedragscode Natuurinclusief Renoveren, gekoppeld aan NOM Keur, als voorbeeld van soortenbescherming bij het verduurzamen van bestaande gebouwen. Het belang van deze soortenbescherming zal de komende jaren steeds verder groeien. Om uitvoering te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord moeten immers tot 2050 jaarlijks 200.000 woningen en enkele tienduizenden andere gebouwen geïsoleerd worden. Doel is dat alle ruim 7 miljoen woningen in Nederland in 2050 CO2-neutraal zijn. Het tempo van deze verduurzamingsopgave zal dus hoog zijn. “Dat zal zonder een conceptuele aanpak van de renovatieopgave niet gaan; industriële productie zal gangbaar moeten worden”, aldus Stroomversnelling-voorzitter Leen van Dijke. “Daardoor is de huidige werkwijze die voortvloeit uit de natuurbeschermingswet niet langer houdbaar. Dit zorgt immers te vaak voor onzekere vergunningsprocedures die niet alleen arbeidsintensief zijn en veel kosten met zich meebrengen, maar waarbij ook de voorspelbaarheid van het proces niet zeker is te stellen.”

Schaalvergroting vraagt om een andere manier van monitoren

Het zal niet lang meer duren voordat het transitietempo sterk wordt opgeschroefd. Gemeenten moeten uiterlijk eind 2021 met een Transitievisie Warmte komen. Daarin geven zij aan hoe en wanneer zij wijken aardgasvrij willen maken, met de nadruk op de periode tot 2030. Dat moet ertoe leiden dat, volgens afspraak in het Klimaatakkoord, in 2030 al 1,5 miljoen woningen van het aardgas afgehaald zijn. Dit zal betekenen dat ook de Gedragscode Natuurinclusief Renoveren op veel grotere schaal toegepast moet worden. Van Dijke: “De op handen zijnde schaalvergroting laat de urgentie zien van een andere manier van werken: we hebben systemische veranderingen nodig. Dat geldt ook voor de borging van natuurwaarden.”

De gangbare aanpak leent zich volgens hem niet voor een gebiedsgewijze aanpak op grotere schaal. “Wanneer renovaties de komende jaren complete wijken gaan beslaan, zal er zekerheid geboden moeten worden dat tijdens die aanpak de belangen van de flora en fauna adequaat geborgd zijn. Dat vraagt om een andere werkwijze dan een projectgerichte aanpak. Dat heeft niet alleen consequenties voor de renovaties als zodanig, maar ook voor de wijze waarop moet worden gemonitord.”

Projectoverstijgend inzicht ontbreekt

Onderdeel van de gedragscode natuurinclusief renoveren is een stevig monitoringsprogramma, waarbij projecten die onder NOM-Keur worden gerenoveerd vooraf in kaart worden gebracht en er, na renovatie, vijf jaar gemonitord wordt. De resultaten van dit monitoringsprogramma leiden tot inzage in de effectiviteit van de geïntegreerde nestkasten en de effecten van de renovaties op de gunstige staat van instandhouding. De praktijk van het monitoringsprogramma laat zien dat de huidige methodieken minder goed geschikt zijn voor het monitoren op grotere schaal. Van Dijke: “De interactie met de omliggende straten meten we momenteel beperkt, maar die is er natuurlijk wel. Hierdoor lopen we de kans om projectoverstijgend inzicht te missen. In relatie tot wijkgerichte aanpakken wordt dit risico alleen maar groter: de te monitoren gebieden worden immers nog groter. Hier moet adequaat op ingespeeld worden.

Uiteraard is het dan niet zo dat je per sé elke wijk in Nederland op die methode moet gaan toetsen. Want de effecten van de maatregelen die je neemt, zullen in Ridderkerk ongeveer hetzelfde zijn als in Slikkerveer, twee kilometer verderop. Dus hoef je niet op die twee plekken dezelfde monitoring toe te passen. Maar veel meer doordachte locaties kiezen die qua typologie overeenkomen om zo steekproefsgewijs per gebied een langere periode de effecten gaan monitoren. De data die dan verzameld worden, zullen van veel hogere kwaliteit en bruikbaarder zijn.”

Dringend appèl op politiek Den Haag : neem verantwoordelijkheid

Nu minister Schouten in haar brief aan de Tweede Kamer het belang van natuurinclusief renoveren onderschrijft, doet Van Dijke dan ook een dringend appèl op politiek Den Haag om te leren van de gedragscode, en te kiezen voor de opschaling van de werkwijze van de gedragscode naar een wijkaanpak en daarbij een structurele verantwoordelijkheid te nemen voor het monitoren op een wijze die bij die aanpak hoort.

“Het monitoren van de (leer)effecten is een publieke taak en verantwoordelijkheid. Zonder passende monitoring kan niet worden aangetoond dat de gekozen werkwijze de belangen van de flora en fauna adequaat geborgd zijn. Daarbij moet worden bedacht dat bij de huidige werkwijze – aanvragen van ontheffing op de Wet natuurbescherming – naleving veel te wensen over laat. Daardoor zijn er grote twijfels over de vraag of er überhaupt op die manier opgeschaald kan worden. Met het risico dat daarvoor dan later een heel hoge rekening gepresenteerd wordt. Laten we leren van wat bij bijvoorbeeld stikstof, PFAS, en bodemkwaliteit op dat vlak is misgegaan.”

Leer van de experimentele gedragscode met het inzichtelijk maken van de effecten

De gedragscode is een ´lerende code´. Bouwers, corporaties, natuurbeschermingsorganisaties en overheden werken met de code, en ontdekken werkende weg of, en zo ja, welke verbeteringen aangebracht kunnen worden. “Geheel in lijn met de ‘methode Stroomversnelling’ die zich inmiddels heeft bewezen”, aldus Van Dijke. “In die methode staat centraal dat alle betrokken partijen samen, lerenderwijs, tot een verbetering van de gedragscode komen.” Een kwalitatief goede monitoring is een vitaal onderdeel van (de evaluatie van) de huidige Gedragscode Natuurinclusief Renoveren. Om straks op grotere schaal met een vergelijkbare werkwijze te kunnen werken, moet adequate monitoring (methodieken) beschikbaar en geborgd zijn.

Momenteel is het echter onduidelijk op welke wijze het Rijk de onderliggende monitoring borgt. Van Dijke: “Op dit moment moet er elk jaar gesteggeld worden hoe we de middelen voor adequate monitoring geborgd krijgen. Er is geen deugdelijke borging van de financiering, terwijl het toch een publieke verantwoordelijkheid is. Zonder die adequate monitoring is de code niet houdbaar en de werkwijze daarmee niet opschaalbaar. Maar het alternatief is dat marktpartijen zullen moeten terugvallen op de oude werkwijze van projectgerelateerde vrijstellingen. Dat is niet alleen onwenselijk met het oog op de bescherming van de flora en fauna, maar leidt ook tot hoge kosten en vertragingen, en zal daarmee maatschappelijk verzet oproepen. Willen we de schaalsprong maken die de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving bevordert, dan moeten we kiezen voor een natuurbeschermingsbeleid dat op die nieuwe werkelijkheid is toegesneden. De minister geeft in haar brief aan de Tweede Kamer een prachtige voorzet. Laten we haar voornemen dat ze met de Kamer deelde verrijken met de geleerde lessen van Stroomversnelling, zodat opschaling en versterken van de flora en fauna hand in hand kunnen gaan.”

Download de Gedragscode Natuurinclusief Renoveren


 

 

Deel dit bericht via social media: