Uitgelicht

Afstudeerder Thijs haalt 9 met scriptie over NOM en hoogbouw

01 augustus 2017

 

 Thijs Barkmeijer wilde zijn afstudeeronderzoek graag uitvoeren bij Stroomversnelling waar een uitdaging ligt om NOM ook voor hoogbouw mogelijk te maken. Thijs boog zich over de volgende onderzoeksvraag: “Wat zijn de eigenschappen (technisch, esthetisch, bouwfysisch) van de hoogbouw-bouwsystemen die invloed hebben op het opschalen naar nul-op-de-meter en wat kan er met de huidige oplossingen gedaan worden om deze transitie te versnellen?” Het antwoord werd beloond met een 9! Maar wat is dat antwoord eigenlijk?

 

 

Nul-op-de-meter richt zich met name op laagbouw, terwijl juist in de verduurzaming van hoogbouwflats veel winst te behalen valt. Stroomversnelling werkt aan oplossingen en startte hiervoor de ontwikkeltafel Hoogbouw. Deze ontwikkeltafel focust zich op het renoveren van hoogbouw met meer dan 5 woonlagen in Nederland. De scriptie van Thijs Barkmeijer, HBO Bouwkunde, richt zich op de overeenkomstige eigenschappen van die hoogbouw en op de huidige oplossingen. Om antwoord te krijgen op zijn onderzoeksvraag zijn verschillende onderzoeksmethoden toegepast.

Kansen voor opschaling met name in Noord- en Zuid-Holland

Ten eerste heeft Thijs de bestaande hoogbouw-bouwsystemen uit de periode 1945-1975 in kaart gebracht. “Er blijken elf dominante bouwsystemen voor hoogbouw te bestaan. Deze bouwstenen hebben een marktaandeel van 88% in de hoogbouwsysteembouw, dat zijn ongeveer 211.000 woningen. Meer dan helft hiervan staat in Noord- en Zuid-Holland. Hier zijn de opschaalmogelijkheden dus het grootst.,” vertelt Thijs.

Thijs heeft de elf bouwstenen vervolgens systematisch onderzocht; ze zijn gebouwd met verschillende bouwmethoden en vertonen daardoor een aantal verschillen. Alle eigenschappen heeft hij per bouwsysteem verwerkt en door veldwerk gevalideerd. Tijdens het veldwerk zijn 125 gebouwen geanalyseerd. Hieruit is naar voren gekomen dat de data klopt, maar met een aantekening. “Naast de typerende kenmerken zijn binnen de bouwsystemen uitvoeringsvarianten geconstateerd in de bouwdelen kopgevel, langsgevel, en buitenruimte. Deze uitvoeringsvarianten zijn systeemonafhankelijk en komen voor in alle gebouwen ongeacht het bouwsysteem. Elk van deze bouwdelen is slechts uitgevoerd in vier varianten.” uit de samenvatting ‘Omhoog met NOM’ , de scriptie van Thijs Barkmeijer.

Vier renovatieprincipes

Thijs ziet in dat door de vier uitvoeringsvarianten, elk bouwsysteem vier renovatieprincipes nodig heeft: binnen isoleren, buiten isoleren, buitenblad slopen, en de gehele gevel slopen. De bestaande renovatieconcepten voor laagbouw zijn gebaseerd op de deze vier renovatieprincipes. Alle renovatieconcepten zijn hierdoor op te schalen naar hoogbouw mits er rekening wordt gehouden met de buitenruimte, maatafwijkingen in breedte en hoogte, aansluitingen bij buitenruimten en betonbanden, uitvoeringsvarianten en hun benodigde renovatieprincipes, en de opwekmogelijkheden om in de energiebehoefte te voldoen. “Voor opwek kan je denken aan gevelelementen die energie opwekken of bijvoorbeeld decentrale opwekking,” licht Thijs Barkmeijer toe. “Hier is momenteel de wetgeving nog niet op ingericht.”

De ontwikkeltafel Hoogbouw zoekt naar oplossingen.

Het onderzoek van Thijs heeft ook geleid tot een tool. Met deze tool zijn op basis van negen vragen de renovatiemogelijkheden te bepalen, de mogelijkheden zijn verwerkt in de NOM-renovatieschijf die onderdeel is van de tool. Thijs: “We zijn de tool aan het testen bij corporaties en gebouweigenaren, zo kunnen we zien of alles er inzit. Daarna komen we met een betere versie.”

En nu?

Thijs studeerde HBO Bouwkunde aan de Hogeschool Utrecht bij het instituut Gebouwde omgeving. Hij studeerde onlangs cum laude af! En nu? “Het is vakantie maar ik heb wel hier en daar afspraken tussen mijn stedentripjes door. Ik ga de tool verder ontwikkelen bij EnergyGo. We gaan ons ook bezig houden met een gevelelement dat energie kan opwekken,” vertelt Thijs.

We zullen zeker nog van hem horen!

Lees de samenvatting ‘Omhoog met NOM’