Zoeken

Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Stroomversnelling op linkedinStroomversnelling op twitterStroomversnelling op youtubeStroomversnelling op flickr

GroeneWarmte draait op volle toeren

Ruud van den Bosch is al zeven jaar als consultant werkzaam bij GroeneWarmte, voorheen Ecovat. Hij vertelt over de transformatie die het bedrijf in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt; van specialist in grootschalige seizoensopslag naar allround Warmte en Koude adviesbureau.

Allereerst voor lezers die het product nog niet kennen: wat is een Ecovat precies?
“Een Ecovat is een groot ondergronds buffervat gevuld met water, waar je warmte en koude in kunt opslaan om die op een later moment te gebruiken. Doordat je een overschot aan duurzaam opgewekte energie opslaat en het vervolgens inzet in tijden van schaarste, wordt de duurzaam opgewekte energie optimaal gebruikt. Dankzij de grote opslagcapaciteit en de efficiëntie van dit systeem kun je energie opslaan over de seizoenen heen.”

Kun je iets vertellen over de geleidelijke transformatie van Ecovat naar GroeneWarmte?
“In onze Ecovat-periode, van 2015 tot 2021, hebben we voornamelijk geprobeerd om een product in de markt te zetten: seizoensopslag met behulp van een Ecovat. Daarbij keken we ook naar alles wat erbij hoort, zoals een passende infrastructuur, bronselectie en ontwikkeling van software die het geheel aanstuurt. Want software die bij de laadstrategie rekening houdt met grootschalige opslag én tegelijkertijd real time naar de elektriciteitsmarkt kijkt, die was er bijvoorbeeld nog niet.”

“Gaandeweg zijn we bij een aantal ontwikkelingen betrokken geraakt. We hebben onder andere een groot deel van de ontwikkeling van het nieuwbouwproject Het Dorp in Arnhem gedaan, maar dat werd op het laatste moment afgeblazen. Nadat er een nieuwe projectontwikkelaar instapte om deze gebiedsontwikkeling verder te brengen werd het programma gewijzigd van 500 appartementen naar zo’n 200 grondgebonden woningen. Daarvoor was onze oplossing te grootschalig. Die tegenvaller heeft ertoe geleid dat we vanaf 2018 wat breder naar de markt zijn gaan kijken.”


“Vóór 2018 richtten we ons vooral op nieuwbouw, omdat alleen die projecten voldoende schaalgrootte hadden. In de bestaande bouw werden toen nog nauwelijks grote stappen gezet. Na 2018 raakten we ook betrokken bij een aantal renovatieprojecten, maar we realiseerden ons dat grootschalige seizoensopslag vaak het sluitstuk is van een projectontwikkeling. Het product dat wij in de markt willen zetten komt dus pas op het eind van het traject in beeld. Daar komt nog eens bij dat warmteprojecten in de bestaande bouw vrij complex zijn en veel tijd in beslag nemen. Er zijn bovendien alternatieven in de markt, zoals HoCoSto. Omdat die oplossing kleinschaliger is kunnen zij wat eerder de stap maken naar realisatie. Kortom: we wisten dat we een goede propositie hebben met het Ecovat systeem, maar we zijn daarmee nog wat te vroeg voor de Nederlandse warmtetransitie.”

“De volgende stap was dus om ook aan projecten mee te werken waar geen Ecovat aan te pas komt. Dan doen we inmiddels zo’n anderhalf jaar. Recent hebben we ook onze marketing strategie hierop aangepast en begin dit jaar is de bedrijfsnaam veranderd van Ecovat in GroeneWarmte.”

Jullie zijn nu dus niet langer productgericht maar oplossingsgericht?
“We hebben begin van dit jaar drie business units geformeerd, die beter reflecteren wat we de afgelopen tijd al deden. De eerste unit is Software; deze levert ondersteuning voor het hele ontwikkeltraject van een eerste quick scan tot fijnmazigere ontwerptools – en uiteraard ook voor de operationele Ecovat-software, die gebruikt wordt in de exploitatiefase. De software unit werkt onder andere voor gemeentes en provincies, en straks eventueel ook voor warmtebedrijven of adviesbureaus. Dit is een internationale markt, dus dat schaalt een stuk prettiger.”

“De tweede unit is Bronnen en Opslag. Dat is een dienst voor warmtebedrijven die flexibiliteit of extra bronnen willen toevoegen aan een bestaand systeem. Deze afdeling kijkt ook naar industriële oplossingen. Bijvoorbeeld om stoom beter in te kunnen zetten. De derde unit ontwikkelt en realiseert Warmteprojecten, zoals bijvoorbeeld het PAW-project in Panningen. We werken naar een schaalbaar businessmodel, dat de warmtetransitie echt kan versnellen. Onze aanpak is pragmatisch en prestatiegericht, waarbij we deels een eigen risico dragen. Zo dwingen we onszelf om bepaalde mijlpalen te halen. Met andere woorden: we zijn geen urenfabriek. De warmtesystemen die we ontwikkelen gaan we overigens niet zelf exploiteren.”


Je maakt een mooie brug naar het PAW-project in Panningen. Kun je daar wat meer over vertellen?
Het project in Panningen was in eerste instantie een bewonersinitiatief, vanuit de energiecoöperatie Peel Energie. Eind 2018 werden wij gevraagd om een haalbaarheidsstudie te doen, in opdracht van de gemeente en de provincie. Vervolgens hebben we het project stapsgewijs verder ontwikkeld. Vorig jaar hebben we de proeftuin-status aangevraagd. Dat is gehonoreerd in de derde tranche van de PAW, wat heel fijn is want we hebben die bijdrage nodig om het project tegen min of meer gangbare kosten te kunnen realiseren. In dit geval gaat het merendeel van de subsidie naar woningverbetering. Dat is nodig omdat we in Panningen een Lage Temperatuur-net ontwikkelen. Er moet gezorgd worden voor betere isolatie, kierdichting en waarschijnlijk wordt ook het afgiftesysteem aangepakt. Met name op een LT-afgiftesysteem zit vaak een onrendabele top, die we dankzij de subsidie kunnen financieren.”

“Er zijn verschillende manieren om naar een lagere temperatuur te gaan. We hebben drie varianten uitgewerkt die we de komende maanden aan de bewoners gaan voorleggen. Dat zijn vloerverwarming, LT-radiatoren en als derde het retrofitten van bestaande radiatoren. Per woning wordt nagelopen wat de opties zijn om ‘aansluit-ready’ te worden. Daarvoor wordt gekeken naar isolatie, afgiftesysteem en ook koeling, waar we ook verschillende opties voor hebben. Er zijn nu 15 energiecoaches in opleiding die straks in alle woningen in de proeftuin een ‘energiescan’ gaan doen, inclusief de budgettering en het financieringsplaatje. Bij de financiering wordt rekening gehouden met ISDE-subsidie, de bijdrage van de PAW en de mogelijkheden die het Limburgs Energiefonds en het Warmtefonds bieden. De opleiding van de energiecoaches wordt verzorgd door de energiecoöperatie en de opleidingskosten neemt de Provincie voor haar rekening.”


Hoe denken de bewoners over de plannen? Heb je bijvoorbeeld zelf presentaties gedaan?
“Ja, die presentaties gingen goed, er was een positieve stemming. We hebben ook een enquête verstuurd aan 3500 adressen in het dorp Panningen – een deel van de gemeente Peel en Maas. Dit hebben we mede gedaan om aan te tonen aan de gemeente dat er voldoende draagvlak is onder de bevolking. Uit de enquête bleek dat ongeveer de helft van de respondenten interesse had in een aansluiting. Een kwart wist het nog niet en een kwart had geen interesse. Ongeveer 20% van de bewoners heeft de enquête ingevuld; een prima resultaat. Een lokaal communicatiebureau heeft daaraan meegeholpen, onder andere door bij lokale ambassadeurs banners in de tuin te plaatsen. Die ambassadeurs hebben we echt nodig, omdat we zelf niet goed kunnen peilen wat er leeft in de wijk. Ook de energiecoaches zijn straks ‘vooruitgeschoven posten’ die het verhaal over het project goed kunnen vertellen.”

“Al met al zit er flink wat vaart in dit project. In september beginnen de coaches met de energiescans en in oktober starten we met het contracteren van de afnemers. Het doel is om 70% van de adressen in de proeftuin te behalen. In totaal omvat de proeftuin zo’n 700 woningequivalenten. Dit betreft het gedeelte van Panningen dat als eerste fase zou moeten dienen.”

De woningcorporatie wil dus geen exploitant worden?
“Nee, die gedachte heeft wel bij ze geleefd, maar de corporatie heeft weloverwogen besloten om dit niet te doen en het aan een professionele partij over te laten. Meer in het algemeen zien we dat corporaties vrij vaak beginnen met zo’n grote ambitie, maar een wind- of zonnepark exploiteren is toch echt iets anders dan een warmtenet beheren. Als een windpark even stilvalt heb je in feite alleen financiële schade, maar een warmtebedrijf levert een primaire levensbehoefte aan honderden, zo niet duizenden inwoners. Daar zit een heel ander eisenpakket aan vast. Overigens blijft ook de rol van de energiecoöperatie Peel Energie straks behouden, niet als exploitant maar als een lokale partij.”

Zie ook: Warmte- en koudenet met seizoensopslag voor Panningen (warmtenetwerk.nl)

Tekst: Anton Coops
Beeld: GroeneWarmte en Kick Smeets

Deel dit bericht via social media: