Nieuws

Stroomversnelling en natuurbeschermingsorganisaties hebben elkaar nodig

11 oktober 2017

Gedragscode natuurinclusief bouwen is het beste wat we hebben

Het klimaatakkoord van Parijs vereist samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De gedragscode natuurinclusief renoveren is daar een mooi voorbeeld van. Ook na de inwerkingtreding hebben partijen elkaar nodig om de code te blijven verbeteren. Want de beste oplossingen ontstaan werkenderwijs.

De gedragscode natuurinclusief bouwen die naar verwachting per 1 januari 2018 ingaat, is een samenwerkingsproduct van Stroomversnelling, natuurbeschermingsorganisaties en overheden. Met de gedragscode worden twee belangen gediend. Het eerste is dat grootschalige verduurzaming van woningen geen afbreuk doet aan de instandhouding van beschermde soorten, maar daar juist een positief effect op heeft. Het tweede is dat het verduurzamingsproces geen onnodige vertraging oploopt. In de huidige situatie moet voor elk project een procedure voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden gestart. Zo’n procedure kan wel twee jaar duren en zorgt voor grote onzekerheid in het productieproces.

De gedragscode levert meer verblijfplaatsen op

De gedragscode natuurinclusief bouwen is gebaseerd op de nieuwe werkwijze die de bouwers binnen Stroomversnelling samen met de natuurbeschermingsorganisaties hebben ontwikkeld. De nieuwe werkwijze verschilt fundamenteel van de traditionele werkwijze. In plaats van de schade te beperken, wordt er gewerkt aan een waardevolle, natuurinclusieve leefomgeving. Dit bereiken we door bij elk renovatieproject standaard vervangende verblijfsplaatsen aan te brengen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. In de praktijk is dat een grote verbetering, want het aantal verblijfplaatsen voor beschermde soorten neemt daardoor toe.

Aan die verblijfsplaatsen worden ook kwalitatieve eisen gesteld. Zo wordt per soort de grootte van de verblijfsplaatsen en de invliegopening afgestemd. En als er in het broedseizoen aan woningen wordt gewerkt, neemt de bouwer vooraf maatregelen om te voorkomen dat vogels er gaan broeden. Gebeurt dit onverhoopt toch, dan worden de werkzaamheden uitgesteld. De afgelopen jaren is dat een paar keer echt gebeurd.

Knelpunten worden vier keer per jaar besproken

De gedragscode wordt nog steeds verbeterd. Bij de eerste renovatieprojecten hebben bouwers en natuurbeschermingsorganisaties nauwlettend toegezien of de verblijfsplaatsen daadwerkelijk werden gebruikt en wat de knelpunten waren. Op basis van die ervaringen is de code bijgesteld en aangescherpt. De afspraak is dat de betrokken partijen ook na de inwerkingtreding van de gedragscode vier keer per jaar bij elkaar blijven komen om te kijken hoe het gaat en wat er beter kan. Zo nodig passen we de code dan aan.

Het belang hiervan is groot. Want de gedragscode geldt straks niet alleen voor de bouwers van Stroomversnelling, maar voor alle bouwers die een woningrenovatie uitvoeren onder het NOM-Keur. Voor de flora en fauna is dat goed nieuws. Op dit moment wordt, vooral bij de renovatie van particuliere woningen, massaal ‘vergeten’ om een ontheffing aan te vragen, laat staan dat er bij de renovatie rekening wordt gehouden met structurele compensatie van broed- en verblijfplaatsen.

Landelijke monitoring is cruciaal

Op dit moment ligt de gedragscode natuurinclusief bouwen ter toetsing voor aan de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). In de afgelopen periode hebben verschillende partijen zienswijzen ingediend, met name vanwege twijfels op het punt van de monitoring. Voor de natuurmilieuorganisaties is dat een cruciaal punt, voor Stroomversnelling eveneens. Het aantal NOM-renovaties is nu nog beperkt, maar zal de komende jaren fors omhoog gaan. Het kabinet Rutte-III wil dat aan het eind van deze kabinetsperiode jaarlijks 50.000 woningen aardgasvrij worden gemaakt. Dat is de opmaat naar het echte werk: tot 2050 moeten jaarlijks 200.000 woningen energieneutraal worden gemaakt om de doelstellingen van Parijs te behalen. Dat betekent dat alle bouwers in Nederland in actie zullen moeten komen.

Om de effecten van natuurinclusief bouwen goed te kunnen meten, is een uitgebreide, landelijke monitoring nodig om te zien wat er gebeurt met de populaties van beschermde soorten. Natuurinclusief bouwen is een maatschappelijk belang. Dat maakt de landelijke monitoring tot een overheidstaak. Stroomversnelling zal met de betrokken ministeries een adequaat en betrouwbaar monitoringsprotocol opzetten zodat de monitoring van meet af aan goed is geborgd.

Werkenderwijs vinden we beste oplossingen

Stroomversnelling wil ook in de toekomst samen met de natuurbeschermingsorganisaties blijven optrekken. Het gaat erom dat we bij nieuwe projecten samen lessen trekken: wat werkt wel en wat werkt niet. Daarmee kunnen we onze werkwijze verbeteren en de gedragscode blijven aanscherpen.

De afgelopen jaren hebben alle betrokken partijen constructief samengewerkt, op basis van het gemeenschappelijk besef dat we flora en fauna moeten beschermen. Dat geeft ook vertrouwen voor de toekomst. Want niet door stil te staan, maar door samen aan het werk te gaan, vinden we de beste oplossingen.