Zoeken

Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Stroomversnelling op linkedinStroomversnelling op twitterStroomversnelling op youtubeStroomversnelling op flickr

Sneak preview ‘Monitor energietransitie woningbouw’

Harmke Bekkema onderzoekt voor Stroomversnelling al enkele jaren hoe de markt voor energiezuinige renovatie en nieuwbouw zich ontwikkelt. De resultaten worden jaarlijks gepubliceerd in de ‘Monitor energietransitie in de woningbouw’ van Stroomversnelling, voorheen de ‘NOM-monitor’. Editie 2020 wordt in het derde kwartaal gepubliceerd, maar de meeste getallen zijn al binnen. Welke trends ziet Harmke over 2020?

“In grote lijnen zien we in de getallen dat de activiteit in de renovatiemarkt ongeveer gelijk is gebleven, ondanks corona, de stikstofproblematiek enzovoort. Er zijn in 2020 weer zo’n 1000 renovaties opgeleverd op het niveau nul-op-de-meter of EPV. Dat is hetzelfde als in 2019. In de renovatiemarkt zien we ook heel wat nieuwe aanbieders toetreden, waardoor er een breder aanbod ontstaat.”

“Het aantal NOM en EPV-nieuwbouwwoningen blijft licht groeien, ondanks de afname van het netto aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen. Je ziet daar al sinds 2017 een lineaire stijging. Het marktaandeel NOM bij nieuwbouw van woningcorporaties is al gestegen tot boven de 20%. Binnen het deelsegment nieuwbouw van eengezins huurwoningen, waar de huidige EPV met name op is toegesneden, lag het in 2020 zelfs op 40%.”

Trend 1: Stapsgewijs
“Uit onze enquête blijkt dat een kopgroep van woningcorporaties inmiddels is begonnen met het plannen van de gehele energietransitie, dus tot aan 2050. Bij een aantal is dit ook al verankerd in het strategisch vastgoedbeleid. Stapsgewijs renoveren heeft de voorkeur in de meeste vastgoedstrategieën voor de aanpak van woningen tot 2030, hoewel volledige renovatie in één keer ook voorkomt. Dat heeft een aantal redenen. Soms ontbreekt er informatie: komt er een warmtenet of niet? En zo ja, op welke temperatuur? En wat betreft installaties wordt er nog gerekend op verdere innovatie. Anderzijds zijn er nu al wél spijtvrije bouwkundige maatregelen te nemen – in stappen – om de warmtevraag te reduceren. Die aanpak zien we nu nog het vaakst.”

Trend 2: Prestatiegericht uitvragen

“Tegelijkertijd gaan woningcorporaties verder met prestatiegericht uitvragen, onder andere op basis van het NOM-Keur. Dat gezegd hebbend wordt er nog lang niet altijd prestatiegericht gecontracteerd: het vastleggen en monitoren van prestatieafspraken gebeurt nog weinig, waardoor risico’s van achterblijvende prestaties voor rekening komen van de verhuurder. Je zou kunnen zeggen dat woningcorporaties voor een deel het prestatiegerichte gedachtegoed hebben overgenomen. Maar men ervaart nog wél een drempel, die een beetje vergelijkbaar is met de drempel die gevoeld wordt bij voor het eerst werken met de EPV. Er is koudwatervrees, men is op de hoede voor administratieve lasten en monitoring brengt ook extra kosten met zich mee. De kost gaat voor de baat uit, want naast EPV heeft monitoring nog andere voordelen zoals op afstand installaties in de gaten houden, storingen oplossen en klachten voorkomen.”

Trend 3: Bouwstromen
“Bij zeker de helft van de ondervraagde woningcorporaties zien we dat er meerjarige programma’s worden uitgevraagd, in plaats van enkelvoudige projecten. In vier van de vijf gevallen is dat dan exclusief onderhoud en beheer. Dat is echt een trend. Daarnaast is de ‘startup-fase’ van de industrialisatie inmiddels flink op gang gekomen. Er zijn al heel wat fabrieken gebouwd, maar deels zijn het ook nog werkplaatsen. De volgende stap is verdere versnelling en opschaling, waarvoor de bouw waarschijnlijk expertise zal moeten gaan invliegen uit sectoren die al verder zijn met automatisering en industrialisatie. Ik denk zelf dat dit uiteindelijk dé manier is om de kosten beheersbaar te houden. Industriële NOM-renovaties gingen de afgelopen tijd in kosten licht omlaag of bleven gelijk, terwijl het ambachtelijke werk fors duurder werd.”

Trend 4: Heroriëntatie
“De laatste trend die ik zou willen noemen is dat veel corporaties op dit moment een fase van heroriëntatie doormaken. Bijvoorbeeld omdat ze eerst duidelijkheid willen omtrent de keuzes vanuit een Transitievisie Warmte. De nieuwe BENG-wetgeving speelt ook een rol. En corona heeft ook echt wel wat gedaan. Praktisch gezien kon je bijvoorbeeld minder goed met je bewoners in gesprek gaan. Al die factoren bij elkaar hebben ertoe geleid dat bij heel wat corporaties de gedachte opkwam: ‘Hé, we moeten dit anders gaan aanpakken want anders redden we het gewoon niet, dan lopen we vast, zowel financieel als organisatorisch’. Dat was ook het onderliggende thema van het Stroomversnelling-event De Shift. Dat ging over die omslag in het denken: van losse projecten naar een integrale, programmatische aanpak. De Alliantie is wat dat betreft een mooi voorbeeld, dat terecht door veel partijen genoemd wordt. Realiseer je wél dat De Alliantie er vier jaar over heeft gedaan om de organisatie klaar te stomen voor de bouwstromen-aanpak. Je moet veel geduld, vertrouwen en doorzettingsvermogen investeren, voordat je de energietransitie kunt versnellen.”

Deel dit bericht via social media: